Welkom allemaal op mijn blog!


Ik ben Sophie, een student in de opleiding bachelor kleuteronderwijs in Tielt. Via deze blog wil ik persoonlijke gebeurtenissen en ervaringen met jullie delen. Neem gerust een kijkje en vergeet niet af en toe eens terug te komen.





vrijdag 13 december 2013

SOS taal!

Help! Hoe schrijf ik dit woord? Bestaan er synoniemen? Wat is de betekenis van dit woord? Waar kan ik deze informatie vinden?


  • creëren (crieëren)
 
  • Sinterklaas (sinterklaas
         http://www.encyclo.nl/begrip/sinterklaas

  • interview (intervieuw)
         
         http://www.vandale.nl/opzoeken?pattern=interview+&lang=nn#.UqswrPTuLYY

  • SOS (SOS.)
         http://woordenlijst.org/zoek/?q=SOS&w=w

  • Hoe gebruik ik aanhalingstekens correct?

          http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/11/


Taalattitudes onder de loep ...

Het tweede interview nam ik af bij Janne, het meisje uit de derde kleuterklas. Het interview werd ook bij haar thuis afgenomen. Ze kende me niet en daarom was ze heel onwennig. Het meisje was beschaamd en durfde niet veel zeggen. Toen haar mama in de buurt was, voelde ze zich comfortabeler. Hier nam ik dezelfde enquête af als bij Emma, maar Janne kreeg maar drie vragen:        

  • Wie van de drie is een meester?
  • Wie van de drie woont in een groot huis?
  • Wie van de drie heeft zwarte schoenen aan?

Ik las de vragen luidop en Janne luisterde goed. Ze keek heel verrast naar mij toen ze de fragmenten hoorde. Ik herhaalde de vragen nog eens en meteen gaf ze een antwoord op de eerste vraag. De overige twee vragen liet ze onbeantwoord, omdat ze dit niet had gehoord. Ik liet Janne de fragmenten nog eens beluisteren en toen kon ze wel gemakkelijk een antwoord formuleren. De tekst die de man voorlas, was voor het meisje onverstaanbaar. Dit was ook de reden waarom ze zomaar een verkeerd antwoord gaf. Janne moest lachen toen ze het fragment in de tussentaal en in het dialect hoorde. Zij verkoos het fragment in het AN, omdat ze dit de ‘mooiste’ taal vond. Blijkbaar vormde Janne een mening over de verschillende vormen van taal.

Na de enquête vertelde ik dat er geen foutieve antwoorden mogelijk waren. Ze vroeg: “Waarom neem je dan deze enquête af?”. Ik vertelde dat dit een opdracht was voor school. Ik moest nagaan of de leerlingen, bij wie ik de enquête afnam, een mening vormden over taal. Daarnaast moest ik afleiden hoe leerlingen denken over taal. Via deze enquêtes is dit goed gelukt.


Zo zie je maar … Er bestaan verschillende talen, maar dit zegt niets over de omgeving van mensen. Zowel Emma als Janne hadden vooroordelen, want ze dachten hoe deftiger iemand praat, hoe groter het huis waarin deze persoon woont. 


Eenden, strepen, ruiten en kleuren op een ouderwetse koffer …

Voor het vak beeld moesten we een muzische koffer maken. De opdracht was om een ouderwetse koffer te beschilderen. Eerst had de koffer een witte grondlaag nodig, zodat de valies haar werkelijke kleur verloor. De metalen aan de zijkanten beschilderde ik niet, omdat dit enerzijds te moeilijk was en anderzijds vond ik het op die manier mooier.
Ik wilde met eenden werken. Mijn eerste voorstel was om eenden te rangschikken van groot naar klein en op de andere zijde van de koffer zou ik dan een vijver schilderen. De leerkracht vond dit te gewoon en ik moest dieper gaan denken. Ik was er nog altijd van overtuigd om met eenden te werken, maar ik baseerde me op het boek van ‘Elmer’. Dit is een boek met een olifant in ruitjes met verschillende kleuren.
Ik tekende een mama en een papa eend op de voorkant van de valies. Als achtergrond gebruikte ik verschillende hokjes in allerlei kleuren. De kleine eendjes kregen een plaats op de achterkant van de koffer. Als achtergrond daarvoor heb ik geen ruiten aangewend, maar strepen in verschillende kleuren.

De kladversie op papier was natuurlijk veel gemakkelijker dan op de koffer. Eerst tekende ik mijn kladversie na, in potlood, op de valies. Daarna experimenteerde ik met kleuren en effecten. De leerkracht raadde me aan acrylverf te gebruiken, want zo kon deze verf niet uitlopen in de regen. Ik mocht wel andere verf gebruiken, maar dan gaf ik mijn koffer beter nog een vernislaag. Ik gebruikte acrylverf en voor de zekerheid kreeg mijn koffer op het einde nog een vernislaag.


Wat zou muziek zijn zonder instrumenten?

In de lessen muziek kregen we de opdracht om een aantal instrumenten te maken. Dit waren trommels, fietsbellen, schuddoosjes, bellenkransen, ritmestokjes, een raspinstrument, een cocofoon, een schellenraam, schuurblokjes, een regenstok en een hamertje. In eerste instantie wist ik totaal niet hoe ik aan deze opdracht moest beginnen. Ik probeerde het rustig aan te pakken en begon allerlei materiaal te verzamelen.

De eerste instrumenten die ik in elkaar knutselde, waren de schuddoosjes. Ik gebruikte lege plastieken flesjes en vulde deze op met parels. Sommige parels waren grof, anderen waren heel fijn, in sommige flesjes zaten er heel veel, in anderen weinig … Zo creëerde ik verschillende soorten geluiden. Deze flesjes heb ik allemaal bekleed met stof.



Ik kocht belletjes in de winkel en kon aan de slag met mijn bellenkransen. Een oude riem werd kapot gesneden en kreeg gaatjes. Aan de riem bevestigde ik de belletjes met een ijzerdraad. Een houten stokje van een tiental centimeter zorgde ervoor dat de kleuters de bellenkrans goed konden vasthouden.


Als derde instrument, maakte ik een cocofoon. Dit instrument is gemaakt uit een kokosnoot. Het was een zwaar karwei om de kokosnoot te splitsen. Ik verspilde een paar kokosnoten, maar gelukkig eten ze bij mij thuis deze vrucht graag. Ik wilde handvaten op de kokosnoot plaatsen, zodat de kleuters dit beter konden vasthouden. Daarvoor gebruikte ik deurknoppen in dierenfiguren. 




Daarna was het de beurt aan de schuurblokjes. Ik maakte gebruik van een bordenwisser en zaagde deze in twee gelijke stukken. De zachte stof onderaan werd vervangen door schuurpapier. Voor de handvatten maakte ik gebruik van velcro. De kinderen kunnen zo de schuurblokjes aanpassen volgens hun handjes. 


Bij de regenstok heb ik goed moeten nadenken. De buis mocht niet te groot zijn, want we moesten denken aan de grootte van de kinderen. Binnenin de buis stak ik opgerold kippengaas. Ik gebruikte rijstkorreltjes om het geluid van de regen na te bootsen. Ik beplakte de buis met gekleurde stukjes papier.


Als je fietsbel hoort, denk je meteen aan de bel van een fiets om geluid te creëren. Er was daarbij wel een probleem, want een fietsbel geeft geen gaatje in het midden. Ik ging op zoek naar een oplossing en gebruikte voor mijn instrument de bel van een ouderwetse wekker. Deze bel plaatste ik op een houten stokje door middel van een nagel. Als versiering gebruikte ik bewegende oogjes. Het is precies of je op het hoofd van een ‘mannetje’ tikt. 


De 20 ritmestokjes maakte ik uit bamboe. Dankzij de tuinman kon ik gemakkelijk aan goede bamboestokken raken.


Ik vond het zeer moeilijk om aan het raspinstrument te beginnen. De leerkracht gaf de tip om dit te maken aan de hand van een fles, maar ik was niet zo te vinden voor dat geluid. Ik zocht een afvoerbuis en ik deed er geribbeld en hard aluminium rond. Dit was een goed idee, maar ik moest ook denken aan de veiligheid van de kleuters. De kindjes konden zich heel gemakkelijk snijden aan dat aluminium. Om dit te verhelpen bekleedde ik de afvoerbuizen met stof. Deze stof kan ik verwijderen om het in de wasmachine te steken. Ik vond mijn instrument geslaagd.




De afvoerbuizen kwamen ook van pas om mijn trommels te maken. De leerkracht gaf ons tijdens de lessen beeld bruin papier die we konden gebruiken voor onze trommel. Dit papier versterkte het geluid. Aan de hand van kleurrijk behangpapier kregen mijn trommel een vrolijke toets. Ik zorgde er ook voor dat er een lint aan de trommels kwam, zodat de kleuter het instrument rond zijn nek kan hangen.



Het schellenraam was absoluut het moeilijkste instrument! Ik verzamelde al het materiaal, maar verder kon ik niet veel doen. Dankzij de hulp van mijn nonkel, kwamen we tot een heel mooi resultaat.




De klik-klak is een extra instrument dat ik maakte. Dit is een ronde cirkel, waarbij er twee balletjes aan de zijkant bevestigd zijn. Als je het stokje onderaan draait, slaan de balletjes tegen het cirkelvormig oppervlak. Dit zorgt voor een leuk geluid.



De opdracht was heel leuk om te doen, omdat mijn creativiteit geprikkeld werd. Het was wel een heel zware opdracht, omdat je op zoek moet gaan naar het materiaal, naar de technieken om de instrumenten te maken … Het is zeker geen verloren werk, want deze instrumenten zal ik later nog kunnen gebruiken in de kleuterklas. Ik ben heel blij met de verschillende instrumenten die ik heb gemaakt. 



woensdag 4 december 2013

December, de maand van Sinterklaas …


De kleren van Sinterklaas is een Nederlandstalig prentenboek, geschreven door Paul Biegel en geïllustreerd is door Sanne Te Loo. Dit boek is het laatste werk van Paul Biegel, want hij is overleden in 2006. Twee jaar na zijn dood werd zijn boek uitgegeven door Lemniscaat b.v. Rotterdam. Het boek is geschikt voor kleuters uit de derde kleuterklas.

Een meisje, Anouk, vertelt aan haar klasgenootjes dat Sinterklaas bij haar komt logeren. Natuurlijk geloven haar vriendjes dit niet, maar Anouk blijft volhouden. Het meisje vindt een koffer met de kledij van de Sint in de logeerkamer. Je kan het zelf wel raden, want waar de kleren zijn van Sinterklaas, daar is Sinterklaas zelf ook natuurlijk. Het verhaaltje loopt goed af en uiteindelijk ontmoeten de klasgenoten van Anouk Sinterklaas in haar huis.

Tijdens mijn doe-momenten zal ik het boek voorlezen aan de kleuters uit de derde kleuterklas. Ik hoop natuurlijk dat de kleuters het boek even mooi zullen vinden als ik.
 
 
Heb je dit boek al voorgelezen, geen probleem. Hieronder zie je nog enkele prentenboeken over Sinterklaas.
Gegevens van het boek:
doelgroep
Amant, K. (1ste druk 2006)  Lieve Sinterklaas. Hasselt: Clavis.
Peuters of 1KK
Slegers, L. (2011) Karel viert Sinterklaas. Hasselt: Clavis.
Peuters of 1KK
Koppens, J. (2013) Pien is Sinterklaas. Antwerpen: Manteau.
Peuters of 1KK
Amant, K. (2010) Klaasje Sinterklaasje. Hasselt: Clavis
1KK of 2KK
Schuurmans, H. (2010) Plotter en het cadeautje voor de Sint. Hasselt: Clavis
1KK of 2KK
Jagtenberg, Y. (2008) Balotje en Sinterklaas. Amsterdam: Leopold
2KK of 3KK
Van Genechten, G. (2009) Rikki helpt Sinterklaas. Hasselt: Clavis
2KK of 3KK
 
 

zaterdag 30 november 2013

Taalattitudes onder de loep ...

Voor het onderzoek van taalattitudes nam ik een enquête af bij een meisje van het derde kleuter, een jongen van het vierde leerjaar en een meisje van het zesde leerjaar.
Ik nam het eerste interview af bij Emma Verhaeghe. Dit meisje is een leerling uit het zesde leerjaar. Het interview vond plaats bij haar thuis, want dit is voor Emma een vertrouwde omgeving. Het interview was eigenlijk meer een opdracht. Daarbij kreeg Emma een foto te zien terwijl ze luisterde naar enkele fragmenten. In het eerste fragment sprak de man in het algemeen Nederlands, het tweede fragment was in de tussentaal en het laatste was in het dialect. Emma had de voorkeur voor het eerste fragment, omdat ze in het algemeen Nederlands opgevoed is en dus die taal gewoon is. Bij het fragment in het dialect kon ze haar lach niet inhouden. Ze had geen behoefte om deze taal te spreken, maar Emma vond het wel leuk om met het dialect kennis te maken.
Naast het luisteren naar de fragmenten moest Emma enkele vraagjes oplossen. Deze vragen heb ik samen met haar overlopen voor ik de fragmenten afspeelde. Emma was er helemaal klaar voor en kon niet wachten om eraan te beginnen. Toen ze echter de teksten hoorde, besefte ze dat de vragen niet letterlijk voorkwamen. Ik kon afleiden, uit haar antwoorden, dat ze heel wat vooroordelen heeft. Eigenlijk antwoordde ze naar haar eigen gevoel. Ik liet Emma de fragmenten twee keer beluisteren, maar daarna wilde ze nog eens luisteren. Ze had de drang om de antwoorden te vinden, hoewel ze eigenlijk niet te vinden waren. Het was enkel mogelijk om af te leiden waar het antwoord te vinden was.
Het fragment ging als volgt: “Volgens mij is die foto in het putje van de winter gemaakt. Na dat het had gesneeuwd, is het begonnen te vriezen, want op de taken van de bomen ligt er een laagje ijs. Het is net alsof er nog iemand op die bank gezeten heeft want er ligt geen sneeuw meer op. Het is net een foto uit een sprookje.”
Emma moest antwoorden op de volgende vragen:

  • Wie van de drie is de meester? 
  • Wie van de drie woont in een groot huis? 
  • Wie van de drie heeft zwarte schoenen aan? 
  • Wie van de drie helpt graag andere mensen? 
  • Wie van de drie heeft veel vrienden? 
Na de enquête vermeldde ik dat iedere persoon zwarte schoenen kon dragen en dat iedereen in een groot huis kan wonen. Ze was heel verrast, want dit had ze niet verwacht. Emma dacht dat de laatste twee personen uit een andere omgeving kwamen.



donderdag 31 oktober 2013


Ergens heel diep in het bos van Loppem…

Maandag 30 september begon onze avontuurlijke tweedaagse. Gedurende twee dagen verbleven we op het domein Merkenveldweg in Loppem. Alleen studenten van het eerste jaar waren welkom. De bedoeling van deze dagen was om kennis te maken met elkaar. Daarnaast kregen we een voorproefje van de muzische grondhouding.

 

De weg naar Loppem gebeurde individueel en dus koos ik voor een reisje met de trein. Op de tweedaagse kregen we natuurlijk enkele regels die we moesten respecteren. Ik moet wel toegeven dat we veel vrijheid kregen, wat het natuurlijk leuker maakte.

Bij aankomst konden we onze bagage op de gemeenschappelijke kamer plaatsen. Daarna volgde er een uitleg over de tweedaagse. Deze toelichting eindigde met het inoefenen van het lied: ‘Ting, Tingeling…’. Dit liedje kan je zelf beluisteren door te klikken op de volgende link: http://www.youtube.com/watch?v=u7C89CJdlUM

De tweedaagse ‘muzische grondhouding’ werd onderverdeeld in 5 verschillende delen, namelijk beeld, taal, muziek, beweging en drama. Per onderdeel waren er enkele opdrachten voorzien.

De opdracht bij het onderdeel beeld was een masker maken uit krantenpapier voor een andere persoon. Axelle Serreyn en ik zochten samen inspiratie en al snel knutselden we originele maskers.



Bij het onderdeel taal speelden we het spel ‘dgingeridooo’. Hierin stond expressie centraal. Eerst durfde ik het woord ‘dgingeridooo’ niet krachtig uitspreken, maar toen medeleerlingen in de kring het woord een aantal keren hadden herhaald, durfde ik steeds luider het woord uit te spreken. In de tweede opdracht was zowel de expressie als de taal heel belangrijk. We kregen de opdracht om twee toneeltje te spelen. In het eerste toneelstukje, dat over roodkapje en de boze wolf ging, was er een verteller en waren drie uitvoerders. Voor het tweede toneelstuk moesten we zelf iets creatiefs verzinnen aan de hand van drie elementen: locatie, voorwerp en personage. Het voorwerp van mijn groepje was een tictacdoosje en dit toverden we om tot een cocktailshaker. Als locatie kozen we voor een studentenclub en de belangrijkste personages waren de barman en de studente.

De eerste dag was heel vermoeiend, maar ook heel plezant. Na het avondmaal konden we genieten van de warmte van het kampvuur, van liedjes die we mee konden zingen of waarop we konden dansen, van gezelschapspelen of van een leuke film. Ik koos voor het kampvuur en de gezelschapspelen. Na het kampvuur eindigden we de avond op de dansvloer.



 
De volgende dag kwamen de andere onderdelen, zoals muziek en drama, aan de beurt. De tweedaagse was aangenaam. Ik heb veel leuke mensen leren kennen en samen hebben we veel gelachen.

zaterdag 12 oktober 2013

Een avontuurlijke observatiedag …


Dinsdag 24 september was voor mij een spannende dag. Ik mocht voor de eerste keer observeren in een kleuterklas. De school, het Spoor in Tielt, was voor mij een onbekend terrein waardoor ik me in het begin onzeker voelde. Dit gevoel veranderde na een aantal minuten en ik vond al snel mijn plaats in deze school. De belevenis zal ik zeker niet vergeten, want het was een leuke en zeer leerrijke dag. Mijn ogen fonkelden toen ik de kinderen om mij heen zag spelen en werken. Het begon al te kriebelen om te participeren en daarom hielp ik de juffrouw met het begeleiden van de kleutertjes naar de toiletten, de speelplek, de turnles…

We bleven niet alleen in de klas, maar we maakten ook een uitstapje naar de boomgaard. Ik vond het behoorlijk indrukwekkend, want de juffen hebben een grote verantwoordelijkheid bij zo’n uitstap. We gingen niet alleen met ons klasje, want een drietal andere klasgroepen vergezelden ons. Gelukkig lag de boomgaard niet zo ver en konden we te voet daarheen. De kleuters stonden meteen enthousiast te springen om een appel of peer te plukken van de bomen, maar tegen hun zin moesten ze nog eventjes geduld hebben. De juf gaf een klein beetje uitleg over de vorm en kleur van de fruitstukken. Na de uitleg, kregen ze de toestemming om een stuk fruit te proeven. De kinderen vonden het heel leuk dat ze zelfstandig hun appel of peer mochten plukken, hoewel sommige kleuters wel wat hulp konden gebruiken.

Kortom, mijn eerste observatiedag was geslaagd! Het was heel leerrijk en ik vond het leuk om me te omringen met de kleuters. Het uitstapje was mooi meegenomen. Ik kan jullie nu al vertellen dat ik de smaak te pakken heb. Op naar de volgende dag!