Voor het onderzoek van taalattitudes nam ik een enquête af
bij een meisje van het derde kleuter, een jongen van het vierde leerjaar en een
meisje van het zesde leerjaar.
Ik nam het eerste interview af bij Emma Verhaeghe. Dit meisje
is een leerling uit het zesde leerjaar. Het interview vond plaats bij haar
thuis, want dit is voor Emma een vertrouwde omgeving. Het interview was
eigenlijk meer een opdracht. Daarbij kreeg Emma een foto te zien terwijl ze
luisterde naar enkele fragmenten. In het eerste fragment sprak de man in het
algemeen Nederlands, het tweede fragment was in de tussentaal en het laatste
was in het dialect. Emma had de voorkeur voor het eerste fragment, omdat ze in
het algemeen Nederlands opgevoed is en dus die taal gewoon is. Bij het fragment
in het dialect kon ze haar lach niet inhouden. Ze had geen behoefte om deze
taal te spreken, maar Emma vond het wel leuk om met het dialect kennis te
maken.
Naast het luisteren naar de fragmenten moest Emma enkele
vraagjes oplossen. Deze vragen heb ik samen met haar overlopen voor ik de
fragmenten afspeelde. Emma was er helemaal klaar voor en kon niet wachten om
eraan te beginnen. Toen ze echter de teksten hoorde, besefte ze dat de vragen
niet letterlijk voorkwamen. Ik kon afleiden, uit haar antwoorden, dat ze heel
wat vooroordelen heeft. Eigenlijk antwoordde ze naar haar eigen gevoel. Ik liet
Emma de fragmenten twee keer beluisteren, maar daarna wilde ze nog eens
luisteren. Ze had de drang om de antwoorden te vinden, hoewel ze eigenlijk niet
te vinden waren. Het was enkel mogelijk om af te leiden waar het antwoord te
vinden was.
Het fragment ging als volgt: “Volgens mij is die foto in het
putje van de winter gemaakt. Na dat het had gesneeuwd, is het begonnen te
vriezen, want op de taken van de bomen ligt er een laagje ijs. Het is net alsof
er nog iemand op die bank gezeten heeft want er ligt geen sneeuw meer op. Het
is net een foto uit een sprookje.”
Emma moest antwoorden op de volgende vragen:
- Wie van de drie is de meester?
- Wie van de drie woont in een groot huis?
- Wie van de drie heeft zwarte schoenen aan?
- Wie van de drie helpt graag andere mensen?
- Wie van de drie heeft veel vrienden?
Na de enquête vermeldde ik dat iedere persoon zwarte
schoenen kon dragen en dat iedereen in een groot huis kan wonen. Ze was heel
verrast, want dit had ze niet verwacht. Emma dacht dat de laatste twee personen
uit een andere omgeving kwamen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten